Hoe pijn onzichtbaar een lichaam bewoont. Hoe een hoest een reis aflegt. Hoe ijs gelijktijdig schittert en smelt. Hoe rouw maakt dat we iemands beeltenis anders bekijken.
Er zijn dingen die ik anderen wil laten zien. Niet alleen zien; voelen, raken – ik wil beelden roepen en vragen uitdiepen. Ik wil je goed laten kijken en lang laten denken.
De camera kan er niet bij. Hij ziet te veel en te weinig. De randen zijn scherp, de vlakken plat. De camera blijft bij huid, schil en korst. Blind voor wat eronder zit.
Toch geloof ik in de fotografie en gebruik ik haar. De magie bevindt zich in de tussenruimte. Tussen het ene beeld en het andere. Tussen het beeld en de context waarin het zich beweegt. Tussen het beeld en de hand die het vastpakt.
En dan zijn er de woorden. Woorden kunnen dingen die beelden niet kunnen, en omgekeerd. Waar ze elkaar ontmoeten is een speelveld. Daar gebeurt het.


