Tudor Bratu

3 juli t/m 8 augustus 2004

bratu

De verleden toekomende tijd.

Niets is verleidelijker maar tevens bedrieglijker dan de fotografie. Ze liegt dat het gedrukt staat, over tijd, plaats en reden. Hoe hartstochtelijker ze wordt bedreven, en daar biedt deze tentoonstelling een mooi voorbeeld van, des te verraderlijker ze is. Een en al zinsbegoocheling.
Zou Le Corbusier ooit hebben bevroed dat zijn wonderschone ideaal van gelijke woningen voor iedereen, die voor het eerst onder het mom van Das Neue Bauen het licht zagen, uiteindelijk in de obscuurste krochten van socialistische heilstaten zou uitmonden? Als je in een van zijn laatste werken, La Notre Dame du Haut in Ronchamp, wilt geloven, dan ontkom je haast niet aan de gedachte dat deze niets anders dan het resultaat is van de euforie van een bekeerling. Zelden zag ik een eigenzinnige~ ja zelfs fantastischer parel van bouwkunst, dan deze liefelijke kerk op een heuvel in de Elzas. Daarmee heeft hij ironisch genoeg de beloofde hemel toch nog op aarde laten komen. Katholiek was hij allerminst. U dient zich te bedenken dat deze ultieme belofte er een was aan niemand anders dan aan hem zelf. Maar ondertussen geniet ook ik van haar vrucht. Het roept zelfs de vraag op wat heden ten dage überhaupt genietbaarder is, ideaal of sentiment, geloof of gevoel. Ook Malevitch was minder vroom dan wij graag denken. Het zwarte vierkant, dat hij volgens de kunsthistorici op het hoogtepunt van zijn carrière had bereikt, heeft hij vervolgens achter zich gelaten om wederom de figuratie te omarmen. En ik moet toegeven, dat zwarte vierkant is van een ultieme schoonheid.
Sinds de Avant Garde hebben wij geen gemeenschappelijk ideaal, doel of geloof meer. De inmiddels tot een schrijnend anachronisme verworden kunstacademie, predikt dan ook alleen nog maar het individuele gelijk. Desondanks wordt de moderne mens nog immer geteisterd door conventies. Niemand wil ouderwets zijn. In deze academische contradictie durfde Tudor Bratu, zo heeft hij mij meerdere malen verklapt, voor het eerst volmondig te zijn wie hij is. Geboren en getogen in Roemenië, vertoefde hij eindelijk in een vertrouwd buitenland. Opnieuw was niets wat het lijkt te zijn. Hij maalde er dan ook niet om of men zijn fotografie nostalgisch vond of erger nog, romantisch. Van meet af aan beweerde hij dat ze tijdloos was.
Op een reisje door Slovenië en Kroatië verbaasde ik mij niet alleen over zijn onstilbaar hongerende oog voor communistische woonkazernes, welke hij verried door deze monsters met zijn piepkleine Minox camera ten alle tijde vast te leggen, maar ook over zijn hardnekkige verweer op mijn wellicht door politiek bewustzijn ingegeven verbijstering, dat deze toch wel een heel deprimerend karakter vertoonden. Nee, ze voldeden helemaal aan zijn begrip over esthetica. Er was niets schoner. Het leek wel alsof hij terug verlangde naar zijn jeugd, welke zoete herinnering het wankelende decor voor eeuwig had schoon gepoetst en hij ongemerkt nog immer in Le Corbusiers droom geloofde terwijl ik zichtbaar leed onder de sleet van de tijd.
Op deze tentoonstelling hangen tegenover de ontelbare foto’s van ooit futuristische maar ondertussen volstrekt universele modelbouwsels, een aantal portretten van welhaast aandoenlijk persoonlijke interieurs waarin, zelfs zonder de tussenkomst van de verstillende foto-opname, de tijd al eerder lijkt te hebben stil gestaan. Het zijn per slot van rekening slechts Unsere Wünsche die Kathedralen möchten sein. Ons eigenste zelf is een ander lot beschoren.
Tudor is van daar en ik ben van hier, maar de schrale en verslofte prefabmodules van Das Neue Bauen zijn overal, van Brussel tot Moskou en nog verder, en de omgekeerd evenredige behoefte om het eigen honk vol te stouwen met hartverwarmende ornamentiek, is van alle tijden en alom, in hem, in mij en in u.

Frans Oosterhof.