Deze expositie van de in een inmiddels klassiek moderne abstracte beeldtaal werkende kunstenaars vindt zijn bindend element in het kontrast tussen de heldere vorm, een ogenschijnlijk koel berekenend werkproces en het vaak bijna zinnelijk gebruik van kleur en vorm. Een taal nog steeds betekenisvol, intelligent en zintuiglijk.
Deze tentoonstelling beweegt zich binnen de bandbreedte van het zuiver autonome seriële werk van Kees Visser, en de landschappelijke ruimte oproepende schilderijen van Helmuth van Galen.