Ondieptes

31 augustus t/m 22 september 2002

Teske Clijsen, Donnie Gerhardus, Kuno Grommers, Eric de Nie, Erik Olofsen, Gerard Venbrux, Jan Maarten Voskuil

Naamloos-18

Teske Clijsen, Donnie Gerhardus, Kuno Grommers, Eric de Nie, Erik Olofsen, Gerard Venbrux en Jan Maarten Voskuil vertellen een compact, maar veelzijdig verhaal, waarin fotografie, video-, installatie- en schilderkunst het spanningsveld te lijf gaat tussen het platte vlak en de weergave van diepte.
Het is een spanningsveld dat door de twintigste eeuw is opgeroepen. Het is ook een verhaal waarin werkelijkheid en suggestie door elkaar lopen. Bovenal geschiedt het zicht op de wereld altijd door een eigentijds venster.
Een venster dat iets probeert toe te voegen, te ontraadselen, aan wat we reeds menen te zien en te weten.
In ONDIEPTES wordt met alle middelen gestreden. Deze zijn zowel traditioneel als eigentilds.
Het ‘raster’ van Eric de Nie (Leiden 1944) bijvoorbeeld is in de Renaissance het belangrijkste hulpmiddel bij de weergave van het perspectief en de verhoudingen. Het is niet voor niks dat De Nie z’n formeel abstract aandoende werken zelf als Landschappen ervaart.
De film en fotografie zijn het twintigste eeuwse medium om de werkelijkheid weer te geven. In de geënsceneerde fotowerken van Kuno Grommers (Haarlem 1946) wordt de toeschouwer om de tuin geleid door manipulatie van het perspectief of door simpelweg het standpunt van de fotograaf zodanig te kiezen dat alle verhoudingen ons vreemd voorkomen. Iets soortgelijks gebeurt in de installaties, film- en fotowerken van de een generatie jongere Teske Clijsen (Tilburg 1974) en Erik Olofsen (Aalsmeer 1970). Zij traden tot voor kort als duo naar buiten met hun gedeconstrueerde wereld van zinsbe-goochelende taferelen, maar zullen nu ieder met eigen werk komen.
In de schilderijen van Jan Maarten Voskuil (Arnhem 1964) en Gerard Venbrux (Beugen 1962) bepaalt niet de kunstenaar maar de toeschouwer het perspectief. Bij Venbrux maken “uitstekende” onderdelen het werk tot een mengeling van twee- en driedimensionaliteit. Voskuil spant hiertoe onder meer z’n doeken hol, bol dan wel getordeerd (scheluw) op. Het werk is een driedimensionaal object, maar doet zich gelijlktijldig voor als een plat schilderij.
Het werk van Donnie Gerhardus (Doesburg 1959) vormt een contrapunt ten opzichte van de andere kunstenaars bij wie het handschrift doorgaans ondergeschikt of afwezig is. De gelaagde materie van de schilderijen van Gerhardus vindt zijn hoogtepunt in een eindvernis van siliconenkit; een soort hedendaagse figuratieve materieschilderkunst.