Is Getekend – Een dozijn overwegingen bij het tekenen

De tentoonstelling ‘Is Getekend’ verwijst in de titel naar de persoonlijkheid van iedere exposant. Johan Breuker, Stephan van den Burg, Hans van Eck, Carlijn Mens, Jaap Ploos van Amstel, Marcel Reijerman en Auke de Vries laten in de Haarlemse Vishal zien hoe zij zich tot elkaar verhouden wat het tekenen betreft vanuit de idee dat zij op zichzelf staan. Je kunt tussen de kunstenaars wel lijnen trekken; als je een groepsportret van de kunstenaars zou maken, is het alsof je genummerde punten met elkaar verbindt waarvan de schijnbaar rekenkundige uitkomst toch ongewis is. Een nummer is geen naam en iedere kunstenaar heeft zijn eigen overwegingen om zijn tekeningen te maken.

1. Als je wilt weten hoe iets in elkaar zit, kun je het proberen te tekenen. Daarmee ontdek je dat iets wat eenvoudig oogt een ruimtelijke complexiteit heeft die in de vanzelfsprekend waarmee het zich voordoet schuilgaat. Wat je in een tekening begrijpelijk maakt, kun je in de werkelijkheid nauwelijks bevatten. Het zijn dan ook twee verschillende dingen, hoezeer een tekening ook weer deel uitmaakt van de realiteit. Het realiteitsgehalte van een tekening is er vooral een in materiële zin: het papier en het houtskool of welke andere drager en betekening dan ook. In de tekening drukt de kunstenaar zich vooral handschriftelijk uit. De elementaire accuratesse daarvan is doorslaggevend voor de kwaliteit waarmee uitdrukking aan de verbeelding wordt gegeven. Meer dan op het oog wordt een tekening op de tast gemaakt. Met een stukje krijt in je vingers zet je een streep die je met de palm van je hand tot een veeg wrijft. Zo krijgt een lijn substantie, volume en schaduw.

2. Aan het tekenen gaat in de praktijk van de beeldende kunst in feite geen waarom-vraag vooraf. Het is een noodzakelijke handeling om greep te krijgen op wat zich in je voordoet. Je kunt er je weg in vinden door het te tekenen. Je reageert ermee op wat vanuit jezelf zich voordoet in de ervaring van wat van buitenaf op je afkomt. Je dringt erin door, maakt het je eigen, je gaat er een verhouding mee aan die je op jezelf terugwerpt. In de tekening ben je alleen en je wordt erdoor opgetild.

3. Door in je bestaan tekening te brengen, zet je een verhaal uit dat niet letterlijk is, maar als beeld navolgbaar. Je kunt er een weg in afleggen. Het is kwestie van het spoor dat je nalaat en uitzet. De tekening roept daardoor iets in jezelf op: een gedaante of een landschap of een verschijning in een omgeving, beweging in de ruimte waardoor je wordt omringd. In de tekening maakt zich iets los uit de achtergrond. Het treedt op de voorgrond. Wie tekent, raakt aan iets wat zich ongeveer laat kennen en in de verdere uitwerking wordt verduidelijkt. Dat is een proces dat zich niet laat raden, maar dat zich al doende onthult. Een tekening kent geen axioma. Iedere tekening komt op een andere manier tot stand.

4. De tekenaar die om een onderwerp verlegen zit, kan niet kiezen. Dan is er in feite te veel. Steeds dient zich aan wat je te doen staat en die opdracht aan jezelf weigeren is een vorm van onmacht die het kunstenaarschap zich niet kan veroorloven. De consequentie is dan ophouden kunstenaar te zijn. De kunstenaar bestaat bij het tekenen, al is het maar wat hij in gedachten maakt, een aanduiding met zijn vingers in de lucht.

5. Een tekening kun je niet onttrekken aan wat buiten je ligt, maar komt uit jezelf voort. Daaraan geef je je over. Steeds is het weer iets waar je eindelijk aan toe komt, hoeveel tekeningen je ook al hebt gemaakt. Je duidt er nooit de werkelijkheid mee aan, maar wat daar achter ligt. In de tekening los je dat op.

6. Met iedere tekening betreedt de kunstenaar een onbekende ruimte. Het is er leeg en verlaten. Je kunt er niet ademen. De adem moet je er juist inbrengen. Een tekening moet lucht krijgen en daarmee licht, ruimte, vorm en kleur. Er bestaat geen houvast. Je verliest je erin om er de weg in te kunnen vinden. Het patroon dat je erin aantreft, wordt voortdurend doorbroken. Als er een stramien wordt gevonden dat de weg wijst, moet het worden vermeden.

7. Hoe vaak je een handeling in de tekening ook herhaalt, het komt erop aan dat iedere verrichting een ander doel heeft. Wie de tekening verder wil brengen, kan niet doen wat al is gedaan. Iedere streep die word gezet, verandert de intentie van de tekening als zodanig.

8. De precisie van een tekening is niet overeenkomstig onze waarneming. Observatie is een aan de verbeelding ondergeschikt aspect van de kunst. In die zin is de realiteit ongeloofwaardiger dan ons voorstellingsvermogen. In de tekening zijn de mogelijkheden eindeloos en het komt erop aan die waarachtig te presenteren. Wie in een tekening liegt verraadt de kunst. Dat wil niet zeggen dat de tekening niet bedrieglijk kan zijn, dat is misschien wel juist de ware aard van de tekening. De oprechtheid daarvan bepaalt de kwaliteit van wat er is getekend.

9. De tekening dient in de uiteindelijk gedaante de ontkenning te zijn van het uiterlijk vertoon. Hoe precieus iets ook is verbeeld, het komt erop aan daarin volstrekt nietsontziend te zijn, eigenlijk barbaars en banaal, zo primitief als maar zijn kan. Om een vergelijking te maken met de geschreven taal: ook schuttingwoorden moeten correct worden gespeld om de zeggingskracht ervan optimaal te laten functioneren. Zo is het met de tekening ook: hoe onbeholpen er ook uitvoering aan wordt geven, het is van belang die gebrekkigheid zo effectief mogelijk in te zetten. Andersom geldt ook dat hoe vaardig en deskundig de tekening technisch ook is, de uiteindelijke weergave moet rücksichtslos onderuithalen wat je ziet en aan die bedrevenheid voorbij gaan.

10. De tekening kent geen maat. Je kunt een voor in een akker trekken en daarmee een tekening tot stand brengen. We geloven graag de mythe dat vanaf de maan gezien de Chinese muur een getekende lijn in het landschap is. Zo bezien kan alles wat zich als menselijke ingreep afgetekend voordoet, als een verbeelding worden opgevat. Zelfs natuurverschijnselen doen zich als zodanig voor. Daarbij komt het er op aan dat de kunstenaar die identificeert in de beeldende voorstelling ervan.

11. Zo gauw een potlood het papier raakt is er sprake van een metafoor. Er ontstaat een stijlfiguur, een gedaante die buiten de tekening niet bestaat. Het is een invulling van wat gezien of verteld is, een neerslag van wat je hebt van horen zeggen. De tekening is een verzelfstandiging van het voorstellingsvermogen. De tekening is de uitbeelding van de inbeelding in de verbeelding van de afbeelding.

12. De tekening is een uiting van persoonlijk begrip van een gewaarwording die je niet registreert, maar ondergaat. Kunstenaars verwerken daarin het onbewuste en het gedachteloze waarmee hun begeestering gepaard gaat. In de tekening brengen ze dat weloverwogen en overweldigd tot leven.
13. Omdat er dertien in een dozijn gaan nog een laatste bedenking. Een tekening heeft een voor- en achterkant. Je moet erin kijken, meer dan er naar kijken of er tegenaan kijken. DE tekening neemt weg wat er tussen ons in staat als je erin op gaat. Iemand die iets met woorden iets niet duidelijk kan maken, zegt: ik teken het wel even.
 Was getekend.

Alex de Vries 19 april 2015