DE RUIMTE VOORBIJ

18 december 2004 t/m 9 januari 2005

In deze tentoonstelling worden een aantal kunstenaars samengebracht die zich, elk op hun eigen wijze, op een bijzondere manier verhouden ten opzichte van de dimensies. De ruimte van de Vishal zelf wordt daarbij zowel gecelebreerd als opengebroken. Daarbij speelt ook het uitzicht een rol.

– mises-en-scènes op papier, Marinus Fuit
– verloren ruimte, Guy Mees
– een sculptuur die de ruimte manipuleert, Krijn de Koning
– vissen, driedimensionale typografie in de nok van de Vishal, René Knip
– een verplaatst vergezicht op de Grote of St. Bavo Kerk, Tom Frantzen
– hoe bouw je een sinaasappel?, de derde dimensie ontleed door Attila Csörgö
– de omslag van drie naar twee dimensies volgens Emo Verkerk (filmpje in de kleine zaal)

Deze tentoonstelling is samengesteld door Renée Borgonjen.

de ruimte voorbij

In de etalage is een film te zien. De opeenvolging van beelden brengt een kubus in beweging. Een doosje waar de kunstenaar, Emo Verkerk (1955), de deksel afhaalt zodat het openvalt. Voor je ogen voltrekt zich de omslag van drie naar twee dimensies. Op het platte vlak ontvouwt zich een schilderij. Het is een portret van Charles Ives. Vervolgens beweegt het proces zich in de omgekeerde volgorde en richt de constructie van het doosje zich weer op, waarbij het portret vertekent wordt en vervolgens door de deksel aan het oog onttrokken.

Bij een vierkant is er een duidelijke relatie tussen haar twee- en driedimensionale representatie. Bij een cirkel daarentegen zijn die twee slechts moeizaam in overeenstemming te brengen. Het plat maken van een bol geeft immers vertekeningen.
Attila Csörgö (HU, 1965) representeert de ruimte door haar als het ware te pellen. Hij benadert de bol vanuit het oogpunt van de spiraal, alsof je een sinaasappel schilt. Dit kunstwerk, Orange Space, toont de transpositie van een ruimte naar een bol (in de vorm van een naadloze foto van die ruimte rondom) en naar een vlak met twee dubbele spiralen aan de zijkanten. Zo kan een ruimte zich in zijn geheel voor ons oog ontvouwen. De twee- en driedimensionale onderdelen van het werk zijn voorstellingen van elkaar.

De mises en scènes van Marinus Fuit (1934) geven een representatie van driedimensionale, nadrukkelijk architectonische vormen op een plat vlak. Zijn enorme tekeningen tonen verlaten plekken en raadselachtige objecten in primaire kleuren. Zijn Bavo is een tweedimensionale pendant van de Bavo in het verschiet.

Een compositie van vierkanten en rechthoeken van Krijn de Koning (1963) vormt een ruimtelijke installatie op de vloer van de Vishal en biedt een eindeloos wisselend perspectief naarmate je je standpunt ten opzichte van het werk verandert.

Op het dak van de vishal zijn vissen en teksten aangebracht die we ‘meenemen’ in ons uitzicht naar de kerk die boven de Vishal uittorent. IKTHUS EN ITHAKA. Dit plankton van tekens versmelt tot één schriftbeeld van René Knip (1963) in de nok van de Vishal en is speciaal voor deze ruimte ontworpen. De vissen verwijzen naar het sacrale IKTHUS symbool en naar de profane pendant van vis, die eens op deze plek verhandeld werd. In het schriftbeeld kunnen we een frase van het beroemde gedicht van Kavafis, “Ithaka”, ontwaren.

Bij het betreden van de Vishal wordt het uitzicht op de kerk op een vreemde manier gekaderd door een draadsculptuur van Tom Frantzen (1971), een representatie van een verplaatst uitzicht op de Bavo, vanaf een ander punt in de stad.

De verloren ruimtes van Guy Mees (BE, 1935 – 2004) zijn uiterst fragiele papieren sculpturen. De op de wand vastgepinde reepjes papier overstijgen nauwelijks de tweede dimensie en toch zijn deze poëtische curven in staat de ruimte als het ware open te breken.

Door de combinatie van de werken wordt tijdens een wandeling door de Vishal en daarbuiten vanuit diverse invalshoeken de relatie tot de dimensies becommentarieerd. Wat wordt er aan het oog onttrokken en wat wint onze blik met al deze vertekeningen en verbeeldingen van de werkelijkheid?