De kunst van het verzamelen – Keuze uit de collectie van Sjoerd Buisman

5 januari t/m 10 februari 2013

Met liefde voor de kunst heeft Sjoerd Buisman vrijwel zijn hele leven werk verzameld van collega kunstenaars. Het resultaat is een collectie, die wellicht een beeld geeft van de hedendaagse kunst tussen 1965 en heden.

Het geeft zeker stof tot nadenken
Als een kunstenaar een expositie houdt, betreft het doorgaans werk uit zijn eigen oeuvre. De Haarlemse conceptueel kunstenaar en beeldhouwer Sjoerd Buisman (Gorinchem, 1948) gaat voor de verandering voor zijn expositie in de Vishal als gastconservator een keer uit van een andere invalshoek. Zijn in de loop der tijd opgebouwde collectie van collega-kunstenaars uit binnen- en buitenland vormt ditmaal het uitgangspunt van wat hij zijn publiek voorschotelt.
Met liefde voor de kunst heeft hij als beeldend kunstenaar vrijwel zijn hele leven werk van anderen verzameld. Die passie en hobby zijn uitgegroeid tot een unieke collectie, die zeker een mooie weerklank geeft van de hedendaagse kunst tussen 1965 en nu. Een deel van zijn verzameling omvat overigens ook werk van ver daarvoor. ‘De kunst van het verzamelen – Keuze uit de kunstcollectie van Sjoerd Buisman’ biedt dus niet alleen een creatief tijdsbeeld, maar ook een uiterst individuele impressie van iemand die op persoonlijke basis met zijn culturele bezitsdrang blijk geeft van een allerindividueelste kijk op de wereld om hem heen.
Een beetje Haarlemmer kent wel Buismans ‘Lindenboog’ in de Haarlemmerhout waaraan sinds 1996 over de Fonteinlaan het verkeer als een visueel dopplereffect voorbijraast, of de lindenboom op vijf tenen in de tuin van Teylers Museum. Groei en natuur komen als thema ook terug in zijn stalen Phyllotaxis-beeld in het Reinaldapark, waarvoor de bladstand langs een plantensteel de basis vormde. Het beeld blijkt daar onlangs verdwenen te zijn. In etappes gejat. Schandelijk!
 Nu staat echter niet de kunstenaar, maar de verzamelaar Sjoerd Buisman centraal. ,,Die behoefte om te verzamelen zat er al vroeg in. In Gorinchem is het al begonnen. Jan van Munster was mijn buurman, bijna tien jaar ouder dan ik. Hij zat op de academie. Hij maakte sculpturen van gips, waarvan er een aantal bij ons in de tuin stonden. Op de kleuterschool tekende ik al driedimensionaal. Ik had als kind al talent. Vanaf m’n tiende of twaalfde wist ik het zeker: dat wil ik ook worden, kunstenaar. Ik ga naar de academie. Vanaf dat moment is het verzamelen ook echt doorgebroken. Verzamelen als kunst op zich. Postzegels, munten, schedeltjes van dieren, kiezelstenen… Dingen willen hebben.’’ 
Wat Gerrit Komrij met boeken had, heeft Buisman vooral met beeldende kunst van anderen. Ook al zijn de wanden inmiddels vol, de hebzucht in niet te stuiten. ,,’Geen plaats meer’ is nooit een issue geweest. Het idee was eerder ‘Als ik het maar heb’. Dat zat er al in toen ik nog geen geld had. Het is met kleine dingen begonnen. Nu archiveer ik alles in mappen. Het hoeft thuis geen Franse Salon te worden, maar het is wel fijn dat ik zo nu en dan eens wat kan wisselen. Het is nooit af. Het is net als met de dingen die ik zelf maak: dat ultieme werk komt er hopelijk nooit. Er is altijd weer iets waarnaar je blijft streven, zoals het ook gaat met je eigen werk. Er blijft steeds die ruimte tussen de werkelijkheid en de droom van het sublieme. Dat maakt het bestaan zo bijzonder.’’
,,Nu krijg ik de gelegenheid een keer mijn verzameling te tonen. Althans, een selectie daaruit. Ik laat hooguit twee of drie werken van iemand zien. Het is wel spannend en leuk om het allemaal eens bij elkaar te brengen, al moet je natuurlijk altijd weer selecteren en keuzes maken, want ik had al gauw door dat de Vishal eigenlijk ook al gauw te klein is. Nou ja, ik heb natuurlijk zo mijn favorieten…’’
,,Op de achterwand komt ‘Fahne’ van Armando, een doek van 240 bij 155 centimeter, met daarnaast een monochroom van hem, ‘Rotes bild’ uit 2005.’’
De mappen komen op tafel. De hele collectie is op kunstenaar alfabetisch gerangschikt. Alleen daar doorheen bladeren kost al gauw anderhalf uur. Elke kunstenaar, bijna iedere tekening of sculptuur heeft zijn eigen verhaal. ,,Armando werkt op hetzelfde atelier als ik. Op die manier kom je vanzelf met elkaar in contact. De persoonlijke contacten met de kunstenaars vormen de rode draad. Bij die vriendschappen hoort waardering voor elkaars werk. Dan ga je dingen ruilen, werk uitwisselen. Zulke deals zijn er niet à la minute. Soms gaat er jaren overheen. Neem iemand als Fred Benjamins, de Haarlemse kunstenaar die afgelopen jaar is overleden. Met hem heb ik artistiek altijd een goede band gehad. Hij heeft niet vaak in de Vishal geëxposeerd, maar die hoort er zeker bij. Van hem laat ik onder meer ‘Loden hoed’ zien.
Namen passeren: John Blake uit Rhode Island (USA) maakte ‘River’ in de periode dat Buisman hem in Woerden ontmoette. Van Mari Boeyen is er ‘Nachtzee’. Machiel Botman, Fons Brassers Berlijnse U-Bahn-foto’s, de prachtige zwart-witfoto van een rode kool van Denis Brihat, de magische, ritueelachtige ‘Mollenklem met prooi’ of ‘Koeienschoen’ van Johan Claassen uit Gemert… We zijn pas aan het begin van de ‘C’. Buisman: ,,Het verzamelen op zich heeft te maken met identificatie met de kunstenaar. Er is een soort magisch denken mee verbonden. Er is een groot verschil tussen een écht kunstwerk of zomaar een stuk grafiek omdat hij met dat unieke werk echt fysiek is bezig geweest. Daarom kan kunst ook best lelijk zijn. Het gaat om de emotie, niet om het verzamelen van mooie dingen. Daarom is het belangrijk dat je de kunstenaar kent, of in ieder geval iets van hem en zijn achtergrond afweet.’’
Reden voor Buisman om vanuit Gorinchem naar Haarlem te komen, vormde de aanwezigheid van ‘Ateliers ’63’. Hij leerde er onder anderen Wessel Couzijn kennen. (,,Mag natuurlijk niet ontbreken.’’) Al bladerend is het of je in een biografie verdiept raakt. Vanzelfsprekend is er veel werk van Mathilde Cuijpers, met wie Buisman 33 jaar huis en haard deelde. Van Norman Dilworth is er ‘Something for Sjoerd’ een tekening met gestileerde rozentakken. Van Pieter Engels (1938) is er zijn modern death event ‘Coffin for the ashes of a coffin’.  Een doodsschrijn met daarin de as van een doodsschrijn Luguber of existentieel? Het geeft in ieder geval stof tot nafdenken.
Ateliers ’63 duikt regelmatig in de collectie op via namen als André Eysackers en Rob van Koningsbruggen bezig met breiwerken met onregelmatigheden, waarvoor hij op een goede dag een heuse breimachine aanschafte. Sommige werken spreken voor zichzelf. Andere maken vanzelf verhalen en anekdotes los. Er volgt een verhaal over ‘Dode snip’ van Corrie Swaak. Ze maakte het werk nadat er bij Sjoerd een snip tegen het raam was gevlogen en het ongeluk niet had overleefd.
,,Wat je ziet is het, kun je denken. Maar zo voel ik het niet. Van Krijn Griezen heb ik geloof ik wel veertig werken. Hij was bezig met vis, visserij, het roken en schoonmaken van vis door de Katwijker vissers. Op de tentoonstelling laat ik zelfs een rookoventje zien. Daar hoort wel een context bij. De kunstenaar maakt immers zelf onlosmakelijk deel uit van het werk dat hij maakt. Neem mijn eigen fascinatie door bomen. Daar ben ik in mijn oeuvre heel vaak mee bezig geweest. Ik overweeg er binnen een paar jaar een boek over uit te geven, gewoon over het fenomeen boom. Want klaar ben je er nóóit mee.’’
Ook fotografie neemt een plaats in in de onuitputtelijke collectie van Buisman. Van een portret van Simone Rouzat uit 1894 gemaakt door Jacques Lartigue tot werk van de surrealistische fotograaf Emil van Moerkerken. En natuurlijk is zijn buurjongen uit Gorinchem Jan van Munster vertegenwoordigd met objecten waarin eicellen en bevruchting een belangrijk plaats innemen.
Via Jan Polak en Cornelius Rogge komen we bij de gesmede sculpturen van de in Parijs wonende Praagse kunstenaar Wladimir Skoda en als we dan toch in Frankrijk zijn beland is het maar een kleine stap naar Haarlemmer Kees Visser met zijn ‘Le Mariage entre Islandais et Hollandais’ of diens abstracte ‘Art is a three letter word’. Met Gilberto Zorio komen we aan het eind. ‘ODIO’ (Haat) heet zijn gelooide koeienhuid waarin spijkers zijn geslagen, die de haat verwoorden.
Bij de ‘Z’ beland, heb je direct de neiging in de mappen terug te bladeren. In de Vishal hangt de keuze uit de collectie van Buisman gelukkig niet chronologisch of op alfabet. Je kunt kijken waar je wilt, en je kunt altijd nog een keertje teruggaan. ,,Natuurlijk heb ik wel overwogen wat en waar ik alles wil laten zien, maar het publiek bepaalt zelf hoe het kijkt. Zo heb ik nogal wat schilderijen en tekeningen met stippen van mensen als Gerard Polhuis en Herman de Vries. Die wil ik graag bij elkaar hangen. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat je er tureluurs van wordt. Laat mensen hun gedachten er maar over laten dwalen. Laat iedereen er vooral maar van genieten, al is het maar vanuit het idee ‘Wat je ziet is wat je ziet’. Het resultaat van een verzameldrang, die overigens wel nooit zal ophouden.’’
Nuel Gieles