COME BACK

15 januari t/m 20 februari 2011

Come Back is een tentoonstelling van Alet Pilon en Jaap de Ruig waarin de relatie tussen mens, dier en dood centraal staat.

comeback
Het gaat over verlangen, heimwee, herinnering en verandering.
De scheiding tussen mens en dier vervaagt, machtsverhoudingen worden onderzocht en het dode dier wordt gebruikt als metafoor voor het menselijk leven en lijden.
Er ontstaat een nieuw evenwicht, sereen, gelaagd, maar ook met een vleugje humor.

Gastcurator: Alet Pilon

openingstoespraak door Kees Moeliker

Dames en heren, dank voor de uitnodiging om de tentoonstelling COME BACK in de Vishal te openen. Hier, tussen het werk van Alet Pilon en Jaap de Ruig ben ik als een vis in het water. Tussen dieren en de dood, leven en lijden, en de mens. Dat heeft met mijn werk te maken, als conservator van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Daar leven we van het dode dier. Ik raap ze op en zorg er voor dat ze niet vergaan maar voor de eeuwigheid bewaard blijven, met een naam, een catalogusnummer, een vindplaats, een vinddatum en een vinder. Verder laten we ze met rust, in een doos, kast of vitrine.

Hierin schuilt ook het verschil tussen mij, de conservator, en de kunstenaar. Waar ik stop, wil de kunstenaar verder. Neem de oneindige muizenserie van Jaap de Ruig die hier te zien is. Dode muizen geëxposeerd samen met hun crematie-as, precies wat ik wil voorkomen: dat al het geploeter van mij en mijn voorgangers tot as vergaat. Daarom heb ik een haat-liefde verhouding met dode-dieren-kunstenaars.

Ongeveer twintig jaar geleden meldde zich een Braziliaanse kunstenaar, Alex Fleming genaamd, bij het Natuurhistorisch Museum. Hij had opgezette ratten nodig om ze in de verf te dopen en tentoon te stellen. Of ik er een paar kon missen. Ik verklaarde hem voor gek en stuurde hem weg, zonder opgezette ratten. Later stuurde hij me een kaartje met zijn blauwgeverfde ratten, geëxposeerd in een galerie in Düsseldorf. Kunstenaars zijn volhouders, gelukkig.

Ik kan u nu geruststellen. Inmiddels luister ik aandachtig naar kunstenaars en heeft het museum waar ik werk regelmatig exposities van kunstenaars die op de een of andere manier door de natuur zijn geïnspireerd. Zo gebeurde het dat – nu bijna twee jaar geleden – Alet Pilon zich meldde bij de receptie van het museum. Alet Pilon? nooit van gehoord. Gelukkig liet ik mijn dode beesten even voor wat ze waren en maakte ik een praatje met haar. Ze vertelde mij het verhaal van een dode, aangereden zwaan die ze ‘verzamelde’ zoals ik dat noem. Die zwaan zag ik deels terug in de map met werk die ze me toonde: fascinerende mensenfiguren (ik dacht vrouwen) voorzien van vogelvleugels, met lange haren van paardenstaarten, gewikkeld in dikke paardendekens en verband. Ik had associaties met engelen en de loopgraven, leven en dood. Alet maakte later een hele serie objecten waarin zorgvuldig geprepareerde zoogdierschedels, vogelveren en –vleugels, en echte paardenstaarten een belangrijke rol spelen. Een daarvan is aangekocht door Museum Boijmans.

Die dode zwaan schiep een band. Ik heb namelijk ooit een stuk of twintig zwanen voor de museumcollectie verzameld. Ze waren geschoten omdat ze met hun platte poten schade aan landbouwgewassen veroorzaakten. Mijn hele auto vol met versdode nog warme zwanen. Alles besloeg, ook mijn bril.

Hier tentoongesteld is, onder andere, een stapel van acht vrouwenfiguren die Alet inpakte in vuile lappen en paardendekens van het Zwitserse leger, met prachtige lange paardenstaarten. Dit werk verwijst naar de vrouw als slachtoffer, naar het ‘Zwaard van Damocles’: 1 op de 8 vrouwen krijgt borstkanker. De vrouwenstapel verwijst ook naar de buit van een dagje jagen: iets dat ooit dapper rondrende en nu energieloos op elkaar ligt. De witte kruizen op de dekens en de prachtige lange haren getuigen ook van humor.

Jaap de Ruig transformeert in zijn video ‘Man’ de made – het toonbeeld van dood, bederf en horror – tot een weergaloos vrolijk bewegend mannetje. Drie maden met superlijm aan elkaar geplakt. En met zijn spinnenwebballen toont hij zich een heuse conservator, want ook de door spinnen leeggezogen insectenprooien en de eigen vervellingshuidjes zijn er in verwerkt. Ga snel kijken en vergeet niet te ruiken.

Kortom, Alet Pilon en Jaap de Ruig zorgen hier samen voor een expositie die – zoals dat hoort – u zal verbazen, ontroeren en zeker ook tot lachen zal aanzetten.

De kleine lettertjes op de uitnodigingskaart vermelden een hoopgevende sponsor: Melgers wijn- en drankenhandel. Dames en heren, de bar en de tentoonstelling zijn open!

Vishal Haarlem, 16 januari 2011